Home
 
Volg ons op:
Nederlandse versieLeven en werk van Luigi PirandelloBiografie
LEVEN EN WERK VAN Luigi Pirandello
Biografie
Chronologie van het leven van Luigi Pirandello (1867-1936)

1867 

Luigi Pirandello wordt geboren op 28 juni 1867 in een huis op het platteland bij Agrigento. Hij is de zoon van Stefano Pirandello, ex-Garibaldiaan en zwavelmijnbezitter, en Caterina Ricci-Gramitto.

1870-1879 

Luigi gaat niet naar school, maar krijgt thuis privé-onderricht in elementaire vakken. Ook steekt hij veel op van een oude hulp in de huishouding die hem bekend maakt met oude Siciliaanse verhalen. Op 12-jarige leeftijd schrijft hij een verloren gegane tragedie in vijf bedrijven, die hij met zijn zussen en vriendjes opvoert in het miniatuurtheater in de tuin.

1880-1886 

Vanwege financiële problemen verhuist de familie van Agrigento naar Palermo, om vervolgens in 1885 weer terug te keren naar Porto Empedocle. Luigi wordt door zijn vader aanvankelijk naar de handelsschool gepusht, maar hijzelf heeft maar één interesse: de letterkundige richting, en met behulp van zijn moeder lukt het hem van school te veranderen. Hij blijft in Palermo achter en behaalt daar het gymnasiumdiploma.
Terugkerend naar Porto Empedocle doet hij zijn eerste werkervaring op in de wereld van de zwavelmijnen en maakt kennis met de harde sociale werkelijkheid van de mensen die er werken.

1886-1889 

Hij schrijft zich in op de faculteit voor Rechten en Letteren te Palermo. Erg hard studeert hij niet en na 1 jaar verwisselt hij de universiteit van Palermo voor die van Rome. Daar woont hij bij zijn oom Rocco. Intussen heeft zijn belangstelling voor de dichtkunst vaste vorm aangenomen: Hij publiceert in 1889 zijn eerste bundel verzen: «Mal Giocondo». Ook schrijft hij enige drama's, die echter geen van alle een opvoering mogen beleven. Ze zijn verloren gegaan.
In november 1889 geraakt hij in conflict met een hoogleraar en hij besluit zijn studie af te maken in Bonn.

1889-1891 

Hij wordt verliefd op een Duits meisje, Jenny Schulz-Lander en draagt aan haar zijn tweede bundel gedichten op: «Pasqua di Gea». In 1891 doet hij zijn doctoraal examen, afstuderend op de klanken van het dialect van Girgenti (de oude naam voor Agrigento).

1891-1899 

Hij keert terug naar Rome en verkeert al snel in kringen van schrijvers en journalisten. Ook wordt hij medewerker aan tijdschriften. Hij begint verhalen te schrijven en in 1894 verschijnt zijn eerste verhalende bundel: «Amori senza amore». Intussen is hij op 27 januari 1894 getrouwd met Antonietta Portulano, een huwelijk dat tot stand gekomen is op initiatief van beide vaders. Antonietta is de dochter van een zakencompagnon van Luigi's vader. Uit het huwelijk komen drie kinderen voort: Stefano (1895), Lietta (1897) en Fausto (1899). Vanaf 1897 geeft hij les in taal- en letterkunde aan een kweekschool in Rome.
In het tijdschrift Ariel wordt voor het eerst een toneelstuk van Pirandello gepubliceerd, de eenakter «L'epilogo», later omgedoopt in «La Morsa».

1900-1904 

Hij schrijft en publiceert veel verhalend werk. In 1901 verschijnt zijn eerste roman: «L'esclusa», in 1902 gevolgd door «Il turno». In 1904 verschijnt zijn bekendste roman: «Il fu Mattia Pascal».
In 1903 heeft zich dan al een catastrofe voorgedaan in de familie Pirandello. De zwavelmijn van zijn vader en schoonvader gaat verloren door een overstroming. De vader gaat failliet en van de bruidsschat, bedoeld om het jonge paar financiële zekerheid te bieden, is niets over. Antonietta zal er een ernstige geestesziekte aan over houden en Pirandello staat plotseling voor de taak een gezin van 5 personen geheel zelf te onderhouden. Hij intensiveert zijn werk als auteur en docent, kan zich geen onbetaalde literaire bijdragen meer veroorloven, en ziet zich zelfs genoodzaakt privélessen te geven.

1905-1914

Hij wordt vaste medewerker van het tijdschrift «Marzocco» en de krant «Corriere della sera», krijgt een gerenommeerde uitgever, Treves, en ontvangt ook een vaste aanstelling met meer uren aan de onderwijsinstelling. Publicaties in deze jaren: twee grote essays, «L'umorismo» en «Arte e scienza» in 1908; de roman «I vecchi e i giovani» in 1909 en de roman «Suo marito» in 1910; eveneens in 1910 de verhalenbundel «Vita nuda» het toneelstuk «Lumie di Sicilia».Tussen 1912 en 1915 schrijft hij een kleine 50 verhalen.

1915-1920

Zijn belangstelling voor het theater blijkt helemaal teruggekeerd en de dramaturg Pirandello staat op. Er volgt een explosie aan toneelstukken en opvoeringen: «Pensaci, Giacomino!» (1915); «Il berretto a sonagli» en «Liolà» (1916); «Così è se vi pare», «La giara» en «Il piacere dell'onestà» (1917); «L'innesto», «Il giuocco delle parti», «Ma non è una cosa seria» (1918).
De toegenomen productiviteit valt samen met een aantal dramatische gebeurtenissen in deze periode. Zijn zoon Stefano verkeert een aantal jaren in krijgsgevangenschap. Zijn moeder, waaraan hij zeer gehecht was, overlijdt in 1915. Met zijn vrouw, ondanks haar ziekelijke jaloezie nog steeds in huis, gaat het steeds verder bergafwaarts en hij moet haar in een verzorgingstehuis laten opnemen.

1920-1924

Hij verwisselt uitgever Treves voor Bemporad. Terwijl zijn verhalenproductie drastisch afneemt, bereikt zijn toneeloeuvre het hoogtepunt. In 1921 wordt «Sei personaggi in cerca d'un autore», een revolutionair toneelstuk waarmee hij de relatie auteur, acteurs en publiek volledig ter discussie stelt, voor de eerste keer opgevoerd. In 1922 is het «Enrico IV» en binnen 2 jaar geniet hij internationale faam. Koortsachtig schrijft hij verder: In de jaren 1922/1923 produceert hij nog de eenakters: «All'uscita», «L' imbecille», «L'uomo dal fiore in bocca», «L'altro figlio», en het stuk «La vita che ti diedi». Met «Ciascuno a suo modo» trekt hij in 1924 de lijn door die hij ingezet heeft met zijn «Sei personaggi».
In 1924 treedt hij officieel toe tot de Nationaal Fascistische Partij; zijn motieven zijn absoluut niet duidelijk; in ieder geval heeft Pirandello zich nooit actief bezig gehouden met de politiek. Vele jaren zal hij vergeefs proberen de steun van Mussolini te krijgen voor het oprichten van een nationaal theater.

1925-1930

In 1925 richt Pirandello met enige vrienden en met zijn zoon Stefano een eigen theater op: het Teatro d'arte in Rome. Hij is er de artistiek leider en zal er gedurende drie jaar vele stukken regisseren, zowel van hemzelf als van anderen. Hij opent met een eigen stuk: «La sagra del Signore della Nave». De spelers die er optreden vormen zijn eigen, vaste gezelschap. Hoofdrolspeelster wordt de jonge actrice Marta Abba, die tot aan zijn dood zijn Muze zal worden en hem tot een aantal nieuwe toneelstukken zal inspireren. Als het theater in 1928 niet levensvatbaar blijkt, stelt Marta Abba een eigen gezelschap samen dat overal binnen en buiten Italië het werk van Pirandello zal uitdragen. Toneelstukken uit die jaren: «L'amica della moglie» (1927), «Diana e la Tuda en Bellavita» (1927), «La nuova colonia (1928), «Lazzaro» (1928) en «O di uno o di nessuno» (1928), «Come tu mi vuoi» (1930) en «Questa sera si recita a soggetto» (1930).
Ook het verhalend proza krijgt nog aandacht. Vanaf 1923 is hij bezig zijn verhalen te ordenen. Ze komen uit in bundels van 15 verhalen onder de titel «Novelle per un anno». Hij stelt zich ten doel voor elke dag van het jaar een verhaal te schrijven. In 1926 publiceert hij de roman «Uno, nessuno e centomila».

1931-1936

Terwijl hij persoonlijk ongelukkige jaren doormaakt, wordt zijn faam in het buitenland alsmaar groter. Ook in de filmwereld heeft men veel belangstelling voor zijn werk. Vanaf 1918 worden er regelmatig films naar zijn werk gemaakt. In Amerika wordt «As you desire me» met Greta Garbo en Erich von Stroheim in 1932 een succes. De schrijver heeft zich intussen na een periode van grote afkeer bekeerd tot een liefhebber van het nieuwe medium.
Pirandello verblijft veel in het buitenland, maakt reizen naar New-York en Zuid-Amerika, woont in Berlijn en Parijs. Ook het gebrek aan waardering in zijn eigen land is daar debet aan.
Zelfs de Nobelprijs voor literatuur die hem in 1934 vooral voor zijn toneelwerk wordt toegekend, verandert daar weinig aan. Maar zijn productiviteit blijft onveranderd hoog. Hij blijft werken aan zijn serie verhalen, introduceert daarin meer en meer de wereld van het onbewuste. Zijn laatste toneelstukken: «Trovarsi» (1932), «La favola del figlio cambiato» (1933), «Quando si è qualcuno» (1934). Onaf blijft het werk dat hijzelf als zijn beste werk voorzag: «I giganti della montagna».
In 1936 loopt hij tijdens setwerkzaamheden in Cinecittà voor de film «Il fu Mattia Pascal» van Pierre Chenier een longontsteking op en overlijdt op 8 december.

‹ terug
Actueel
Biografie Luigi Pirandello
Geboren in Agrigento (Sicilië). Schrijver van enkele bundels gedichten, meer dan 200 verhalen, 44 toneelstukken en een aantal essays. In 1934 werd hem de Nobelprijs voor de literatuur toegekend voor met name zijn toneelwerk. Absurdistische stukken als Zes personages op zoek naar een auteur en Hendrik IV, maar ook meer realistische, tragikomische stukken als Limoenen van Sicilië worden heden ten dage nog overal ter wereld gespeeld. Talloos zijn de films die tussen 1918 en heden van en naar zijn werk gemaakt zijn. Een klassieker is nu reeds de film Kaos van de gebroeders Taviani uit 1984. Kaos is ook de plek waar hij werd geboren en waar zijn stoffelijke resten in een urn bewaard worden.